VoetbalJournaal Voorne Putten, najaar 2023

R RO ROB OBE YBE YSE YSP SPO POR OTR SRT TSW SWE WAE AER AR . C R . OC . COM OM M 25 ‘Als speler dacht ik al veel na over het spelletje’ Bezig aan zijn eerste seizoen als hoofdtrainer, leert Leroy de Visser steeds een beetje meer over zichzelf. Maar gelukkig loopt de ambitieuze jongeling daar bij vierdeklasser Zwartewaal niet voor weg. En dus zit hij voorlopig prima op zijn plek. “Er zijn genoeg mensen die me af en toe een spiegel voorhouden.” Dat de 31-jarige De Visser blij is met de kans die ze hem bij Zwartewaal hebben geboden, is dan ook een understatement. “Het is echt een vereniging. Klein, maar wel met bepaalde belangen. Dat past bij mij. De cultuur zie je terug in de club”, vertelt hij. “Het is veel meer dan alleen voetballen, het is bijna een soort plaatselijke kroeg. Waar mensen elkaar ontmoeten. Het is leuk om juist daar, als trainer in te stappen. Dat verenigingsleven, vind ik fijn.” En dus laat de inwoner van Hellevoetsluis zich onderdompelen. “Als je snapt hoe de clubcultuur werkt, kun je beter beslissingen maken.” ZELFREFLECTIE Beslissingen die De Visser sinds dit seizoen dus helemaal zelf maakt. Op eigen benen. “Ik ben eerder wel assistent geweest, maar dit is toch anders. Je leert dingen over jezelf. Hoe je handelt of met spelers omgaat. Soms maak je de goede keuze, soms mis je de boot. Dingen waarvan ik wist dat ze zouden gaan gebeuren.” Maar voor hem het belangrijkste: “Hoe ga je daarmee om? Volgens mij sta ik wel met zelfreflectie binnen de club. En anders zijn er wel mensen die me adviseren en een spiegel voorhouden.” De Visser, zelf oud-speler van Nieuwenhoorn, weet het nog goed. “Vorig jaar, rond januari of februari, zag ik de vacature. Toen heb ik gesolliciteerd en vervolgens mocht ik op gesprek komen. Het gevoel was meteen goed.” Want de ambitie om trainer te worden, zat er bij het voetbaldier al vroeg in. “Je kiest deze hobby, dan weet je dat het veel tijd kost. Maar daarom is het juist hartstikke leuk om te doen. Met die jongens bezig zijn, ze beter maken.” Bij een club waar het eigenlijk nooit niet gezellig is. “Er zijn altijd mensen, ook na de wedstrijd.” Al willen die mensen natuurlijk ook wel goed voetbal zien. “Voor het seizoen hebben we gezegd dat we bij de eerste vijf willen eindigen en meedoen voor een periode. We staan nu vierde, maar alles zit nog dicht op elkaar. Dat is ook het leuke van deze competitie, iedereen kan van elkaar winnen.” Waar De Visser, die ondertussen ook nog de docentenopleiding binnen de KNVB volgt, tot nu toe het meeste trots op is? “Dat het ons lukt om er iedere wedstrijd het beste van de te maken. En dat terwijl we nog geen drie duels achter elkaar met dezelfde groep hebben kunnen spelen.” LUISTEREN Dus is het soms schakelen, voor de ambitieuze oefenmeester. “We begonnen in een 1433 en met het idee om hoog op het veld de bal af te pakken. Na verloop van tijd kwamen we erachter dat we beter wat lager konden gaan staan. Later zijn we ook naar een systeem met twee spitsen gegaan.” Een mooie leerschool voor de beginnend trainer, die op zijn 26ste al zijn UEFA B haalde. “Als jongens zich daar prettiger bij voelen, doe je concessies. Ik probeer altijd naar mijn spelers te luisteren.” Want over zijn visie, is hij duidelijk. “Het liefste verover ik zo snel mogelijk de bal, dat vind ik zelf het leukste om naar te kijken. Daarmee dwing je iets af.” Maar, voegt De visser meteen toe. “De ploeg vindt het juist soms fijn om de bal bij de tegenstander te laten. Daarom doen we nu een beetje van beiden. Dat heeft goed gewerkt.” En aan de bal? “Willen we zo snel mogelijk bij die goal komen. Kan ook met een lange bal, dat maakt niet uit. Als het maar efficiënt is.” Misschien wel ingegeven, door zijn eigen manier van voetballen, lacht hij. “Een luie spits! Ik heb nooit echt op hoog niveau gevoetbald, maar vond het wel heel leuk. Vorig jaar zat ik nog in een vriendenteam, tePrecies zes jaar geleden, maakte Dennis Nijkamp (30) naar eigen zeggen één van zijn beste beslissingen ooit. Want waar de verdedigend ingestelde speler aanvankelijk dacht aan stoppen, besloot hij naar Rockanje te gaan. Daar vond de routinier het plezier helemaal terug, toch zwaait de inwoner van Oostvoorne na dit seizoen met pijn in het hart af. Nijkamp gaat nu dan echt stoppen gen jongens die wel heel goed konden voetballen. Dat vond ik dan echt interessant. Als speler dacht ik ook al veel na over het spelletje.” ENTHOUSIASME En dus koos De Visser snel voor het trainersvak. Niet gek, gezien zijn werk als docent Lichamelijke Opvoeding. “Met de jongens die wat ouder zijn, kan ik echt dieper over voetbal praten. De jongere gasten zijn nog wat speels. Soms sta ik tussen de groep, dan weer erbuiten. Uiteindelijk is het hun feestje.” Ook tijdens de training. “Op het trainingsveld ben ik behoorlijk aanwezig. Vooral uit enthousiasme. Na een mooie goal of dingen die lukken, blijer kun je mij niet maken. Dan ben ik echt mezelf.” Geïnspireerd door Alex Ferguson, Louis van Gaal (“Daar kan ik echt van genieten op tv”) en Pep Guardiola, blijft De Visser het trainerswereldje voor zichzelf verder ontdekken. “Dit bevalt heel goed, maar ik vind het ook leuk om met jeugd om te gaan. Dat wil ik de komende jaren de tijd geven. En ooit wil ik richting UEFA A gaan. Ik ben vooral benieuwd hoe ver ik kan komen!” Maar voordat het daadwerkelijk zo ver is, moeten we eerst terug naar het begin. Terug naar zes jaar geleden. “Ik speelde bij Hellevoetsluis en wilde stoppen met voetballen. Toen belde Rockanje.” Of eigenlijk beter gezegd, Rockanje 2.0. “Zo noemden ze het destijds. Heel de selectie ging weg en ze wilden opnieuw beginnen met eigen jongens én wat ervaring van buitenaf.” Samen met Dave Leurs, hij kwam over van Botlek, sprong Nijkamp in dat avontuur. “We zijn nu beste maten. Dat heeft de voetbal ons ook gebracht.” Eén van zijn beste beslissingen ooit dus. En allesbehalve spijt. Of misschien toch een beetje? “Ik had dit veel eerder moeten doen! Het is zo’n warme club, echt hartstikke leuk. We hebben ook een fantastische selectie, met het eerste én tweede. Eén grote vriendengroep.” MOEILIJKSTE Heel gezellig dus. “We werken hard voor elkaar, geen gezeur en geen groepjes.” De vierdeklasser voelt ondertussen dan ook als thuis. “Ik heb eigenlijk heel mijn leven bij Nieuwenhoorn gevoetbald, onder Ben Mierop. Alles draaide toen om voetbal. Tot daar een nieuw bestuur kwam en er gekozen werd voor een andere richting.” Via Rozenburg, belandde Nijkamp bij Hellevoetsluis. “Daar was ik ineens geen basisspeler meer, dat vond ik lastig. Ik had het niet meer naar mijn zin, het was wel mooi geweest.” Zo ‘mooi’, dat hij als 24-jarige op het punt stond te stoppen. “Dat gevoel heerste heel erg. Ik had het zelfs al tegen mijn opa gezegd, die was er altijd bij. Dat vond ik misschien nog wel het moeilijkste.” Gelukkig heeft hij zijn voetbalplezier inmiddels, dus weer helemaal hervonden. “Rockanje heeft mij wat dat betreft gered.” Al hebben ze het dit seizoen lastig. “We zijn heel wisselvallig. Als we gewoon ons niveau halen, kunnen we de nacompetitie makkelijk ontlopen. En misschien zelfs wel voor een periode spelen.” Toch is dat, weet Nijkamp zelf ook, nog niet zo makkelijk. “Dave is inmiddels gestopt, dus je mist wel wat oudere jongens die de coaching oppakken.” Helemaal wanneer het even niet loopt. “Als we niet makkelijk scoren of op achterstand komen, gaat er toch iets in die koppies zitten. Dan sluipt er iets in de ploeg en kunnen we het maar moeilijk omdraaien.” VOORBEELD Tijd om daar na de winterstop verandering in te brengen. “Bij Rockanje hebben we eigenlijk altijd een moeizame eerste seizoenshelft, daarna pakken we het op. Daar houd ik mij aan vast.” Maar beter ook, want Nijkamp moet toch een beetje het goede voorbeeld geven. “Het is heel leuk om één van de oudere jongens binnen de groep te zijn. Gasten die zes jaar geleden voor het eerst seniorenvoetbal gingen spelen, hebben ondertussen enorme stappen gemaakt. Ik hoop dat ik daar iets aan heb kunnen bijdragen. Dat is wel altijd mijn doel geweest.” Hoe hij dat doet? “Door ze te helpen met bepaalde coaching, maar ook door buiten het veld met ze te praten of iemand even apart te nemen.” Of juist een keer goed de waarheid te vertellen. “Dan moet je even ‘een klootzak’ zijn en boos worden. Dat is ook het mooie van ons elftal. Alles kan tijdens een wedstrijd gezegd worden, in de kleedkamer is het met een krat bier weer goed en vergeten.” Al moet er daarvoor natuurlijk nog wel even gepresteerd worden. “Ik ben een harde werker, iemand die vooropgaat in de strijd en daarin mensen probeert mee te nemen. Speel de laatste tijd veel op zes, maar sta liever centraal achterin. Geen opbouwer of voetballer, ook nooit geweest.” Veel tijd om dat wel te worden, heeft Nijkamp overigens niet meer. Na dit seizoen hangt hij namelijk zijn voetbalschoenen aan de wilgen. “Kortgeleden ben ik opnieuw vader geworden, heb nu twee dochters en die zaterdag begint steeds meer een opgave te worden. Mijn vrouw en kinderen hebben nu ook gewoon een dag minder weekend.” Fysiek, is het nog geen probleem. “Al merk ik wel dat ik ouder begin te worden. Twee dagen na de wedstrijd, heb ik nog pijntjes.” Nog even genieten dus. “Het is wel met pijn in mijn hart en ik ga die jongens enorm missen. Ik heb bij deze club hartstikke leuke jaren gehad.” Rest hem niets anders, dan af te sluiten met handhaving. “Dat is wel de minimale doelstelling én ook reëel met onze selectie.”

RkJQdWJsaXNoZXIy ODM1NjU=