VoetbalJournaal Goeree, najaar 2023

17 R O B E Y S P O R T S W E A R . C O M R O B E Y S P O R T S W E A R . C O M R O B E Y S P O R T S W E A R . C O M Van Memphis Depay naar linksback bij DBGC Hij voetbalde in de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam, zat in één team met Memphis Depay en is sinds een jaar of tien de vaste linksback van tweedeklasser DBGC. De loopbaan van Dimri Vogelaar heeft soms wat weg van een avontuurlijk boek. “Je zag toen al dat hij veel talent had.” En om dat boek goed te kunnen lezen, beginnen we zoals altijd, bij de eerste pagina. “Ik ben in de F’jes begonnen bij SNS, daar woonde ik toen. Later nog trainingen gedaan bij RBC Roosendaal en aangenomen bij Sparta.” Daar speelde Vogelaar van de F1 tot de D2, alvorens hij voor een jaartje vertrok naar Excelsior. Via die Rotterdamse club, kwam de nu 30-jarige linkspoot terecht bij JVOZ. De regionale jeugdopleiding in Zeeland. “Als klein jongetje heb je de droom om profvoetballer te worden. Daar doe je alles voor.” RELATIVEREN Tot Vogelaar een jaar of tien geleden terechtkwam in Oude-Tonge, bij DBGC. Een bewuste keuze. “Bij sommige clubs, zijn randzaken belangrijker dan het voetballen. Dan sta je met zes man op trainen. Dat kan er bij mij niet in, die discipline. Ik ben nog steeds fanatiek.” Mede natuurlijk door zijn verleden, vertelt hij. “Ik heb er veel voor moeten doen. Of juist laten. Niet met vrienden spelen, meteen naar Rotterdam of naar school gaan in Vlissingen.” Na zijn vertrek bij JVOZ, kwam langzaam het besef. “Dan weet je dat het er niet meer in zit. Toen was ik een jaar of veertien.” Heel lang duurde het treuren daarna echter niet. “Dat kon ik vrij goed naast me neerleggen en relativeren. Het is uiteindelijk natuurlijk maar voor heel weinig spelers weggelegd.” Zoals bijvoorbeeld voor Memphis. “Ik zat als ‘eerstejaars D’ met hem in het team bij Sparta. Hij was eigenlijk nog een jaar jonger, maar je zag toen al dat hij veel talent had.” En ook Jurgen Mattheij, oud-speler van Excelsior en momenteel spelend voor het Bulgaarse CSKA Sofia, zat bij hem in de kleedkamer. “We waren zelfs bevriend. Gingen met onze ouders samen naar de camping in Italië.” Een heel andere wereld. Al bevalt zijn huidige, Vogelaar ook uitstekend. “Enerzijds de ambitie van ons team, anderzijds is DBGC ook gewoon een warme en leuke club. Je voelt je meteen thuis.” Prestatief, met een vriendengevoel. “We gaan naar verjaardagen, doen samen een biertje.” EEN UNICUM Maar dus wel met het streven om zo hoog mogelijk te voetballen. Vogelaar is trots op de stappen die zijn gezet. “Vooral als team, steeds een stapje beter. Dan is het balen dat je afgelopen seizoen vijfde wordt en in de laatste speelronde die periode weggeeft.” Toch is er voldoende om op door te bouwen, vindt hij. “Voorheen verloren we nog wel eens op strijdlust, maar de laatste jaren worden we niet zomaar meer afgetroefd op inzet.” Voor elkaar werken, in combinatie met voetballend vermogen. Een garantie voor succes, zou je zeggen. “De doelstelling is en blijft om te promoveren, dat merk je in het elftal. Als je het mij vraagt, moeten we minimaal voor een periode gaan.” Waarom dat nu wel gaat lukken? “We krijgen nog te veel goals tegen, maar daar zijn we druk mee bezig. Bijvoorbeeld door samen met Jordi (Smit) naar beelden te kijken. Als we dat voor elkaar krijgen en we gaan vaker ‘de nul’ houden, pak je automatisch meer punten. Al zijn er natuurlijk nog wel meer dingen die beter kunnen.” Met hem als moderne linksback. “Veel meters maken en lekker opkomen. Ik ben voetballend aangelegd, niet iemand die zomaar een bal naar voor schiet.” En daar kunnen ze bij DBGC voorlopig nog wel even van genieten. Ondanks dat hij in Zevenbergen is gaan wonen. “Juist omdat ik er zoveel plezier in heb.” Tijd om plezier, om te zetten in resultaat. “Ik zou het heel mooi vinden om hier te eindigen én die eerste klasse te halen. Dat zou een unicum zijn op het eiland. Niemand heeft zoiets ooit meegemaakt.” Met het vertrouwen zit het in ieder geval wel goed. “We hebben allemaal het gevoel dat het kan lukken. Als je kijkt naar afgelopen jaar. Die lijn moeten we doortrekken, dan kan het een mooi seizoen worden. Alle ingrediënten zijn aanwezig!” Een technische functie in het bestuur, bezig met de jeugd en trainer van de dames. Dat Olaf Mouthaan zichmet ziel en zaligheid inzet voor Stellendam, dat mag duidelijk zijn. Zelf vindt de oud-voetballer het nog wel meevallen. “Het is goed te doen!” ‘Aantrekkingskracht gaat met golven’ Al heeft hij, zeker aan het begin en het einde van het seizoen, zijn handen vol. Maar, zo vertelt de 53-jarige inwoner van Rhoon. “Het is niet te vergelijken met de technische zaken bij een echt grote vereniging.” Al is de functieomschrijving, wat dat betreft precies hetzelfde. “Ik moet een situatie creëren, waarin de technische staf hun ding kan doen. En waar leden lekker kunnen voetballen.” Want als ‘bestuurslid technische zaken’, is dat precies wat Mouthaan bij Stellendam probeert te doen. “Kleding regelen, spelers benaderen, maar ook de jeugd begeleiden richting de senioren.” Zijn takenpakket omhelst dan ook meer, dan alleen de seniorenteams. “We hebben geen jeugdbestuur, dus doe ik samen met de jeugdtrainers ook de indeling én de doorstroming.” OPGROEIEN Een belangrijke functie, binnen de club. “De selectie samenstellen, helpen met spelers benaderen of het gesprek met die jongens aangaan. Soms ook vanuit je eigen netwerk.” Maar ook bij de aanstelling van trainers, is Mouthaan betrokken. “Het complete voetbaltechnische verhaal, eigenlijk.” En dus is het afgelopen kampioenschap van het vlaggenschip, ook een klein beetje ‘zijn titel’. “Een beloning voor iedereen. Ik heb zelf nog een paar jaartjes in het eerste gespeeld, toen werden we ook kampioen. Dat is fantastisch om mee te maken.” Helemaal, als dat met je dorpsclub is. “Ik ben vanaf mijn zesde betrokken bij Stellendam. Hier opgegroeid en vrienden gemaakt. De jeugd zie je bij ons voetballen en opgroeien. Mensen zijn nauw verbonden en de lijntjes zijn kort, dat is op een dorp.” Toch maakte Mouthaan, al was het maar even, zelf als voetballer wél een uitstapje. “Twee seizoenen Spijkenisse. Dat was heel anders, veel groter. In de eerste klasse, met Kees Zwamborn.” Maar lang, duurde dat dus niet. “Ik vind het voetbalspelletje fantastisch, op zaterdag. Trainen had ik een broertje dood aan. Bij het lopen, was ik altijd de lantaarndrager. Daar had ik een hekel aan.” De oplossing bleek simpel, terugkeren naar Stellendam. “Anders zou ik het plezier verliezen en alleen maar in de weg lopen. Dat bleek een goede keuze!” GOEDE LICHTING De klassieke vleugspits, die het moest hebben van zijn techniek en snelheid, kwam terecht in een warm bad. “Mijn twee dochters gingen voetballen, maar er was geen trainer. Dan pak ik het zelf wel op, dacht ik.” Negen jaar verder, doet Mouthaan dat nu nog steeds. “Mijn dochters zijn gestopt, ik ben het blijven doen.” Al moest hij daarvoor, wel even een pas op de plaats maken. “Ik ben nog altijd heel gedreven en fanatiek, maar het is natuurlijk anders dan bij de mannen. Gelukkig maakt de gezelligheid veel goed!” Want, zo is de trainer van mening: “Die dynamiek van damesvoetbal, hoort bij een vereniging.” En dus probeert Mouthaan, ze zoveel mogelijk te leren. “Kaatsen, passen, aannamen en loopacties. De basis, maar uitdagend genoeg.” Alles om op zaterdag een goed resultaat te kunnen boeken. “Ze willen net zo graag spelen én winnen!” Precies zoals dat geldt, voor de mannen. “Je kunt na promotie heel makkelijk zeggen: we gaan nu voor lijfsbehoud, maar ik vind dat je met ons team gewoon weer voor een periode moet gaan. Ook in die derde klasse. “ Met het vertrouwen, zit het dus wel goed. “Die jongens en de trainers, zijn hartstikke ambitieus. Het is een jonge ploeg, met veel kwaliteit.” Wat is het doel voor de komende jaren? “Dat is lastig om uit te spreken, voor ons als vereniging. Het dorp groeit niet en je blijft afhankelijk van eigen jeugd. Dan heb je eens in de zoveel tijd een goede lichting.” En dat is moeilijk genoeg, weet Mouthaan. “Die moet je dan eerst nog maar eens zien te behouden. Ik begrijp goed dat sommige jongens het ook eens een stapje hoger willen proberen.” Concreet mikken op die tweede klasse, gaat de technische man dan ook niet doen. “Dat is niet realistisch. Minimaal derde klasse, is waar we als vereniging voor staan. Niveau zorgt voor aantrekkingskracht, maar dat gaat met golven.” Foto: Bert Spits

RkJQdWJsaXNoZXIy ODM1NjU=